Eetstoornissen

Twee bekende vormen van eetstoornissen zijn anorexia en boulimia.
Als je anorexia hebt, eet je veel minder dan je nodig hebt. Ook beweeg je veel om niet zwaarder of dik te worden. Hierdoor ben je te dun of te klein. Ook ben je hierdoor moe en vind je het lastig om je te concentreren. Je vindt jezelf te dik, bent bang om aan te komen en zit bijna nooit stil. Het kan zelfs zijn dat je af en toe flauwvalt of niet (meer) ongesteld wordt. Het (te) weinig eten kan je een gevoel van zekerheid en controle geven. Je ouders en mensen om je heen vinden dat je te dun bent, jij misschien niet.

Als je boulimia hebt, ben je bang om zwaarder of dik te worden. Soms lukt het om niet te eten, maar heb je daarna zo’n honger dat je in één keer heel veel eet, dat heet een eetbui. Je kan dan pas stoppen als alles op is. Om te zorgen dat je niet zwaarder wordt, spuug je het eten daarna uit of gebruik je pillen die er voor zorgen dat je je eten snel uitpoept. Je schaamt je er vaak voor en daarom vertellen jongeren niet snel dat ze boulimia hebben. Toch komt het vaak voor en kan behandeling je goed helpen.
 
Onderzoek en behandeling
Er zijn verschillende onderzoeken en behandeling mogelijk. Die worden hieronder beschreven. Samen met je hulpverlener (en/of eventueel je ouders) bepaal je welke onderzoeken en behandeling nodig zijn. Het is dus niet nodig om alle onderstaande stappen te doorlopen.
 
Onderzoek

Ongeveer 3 van de 1000 kinderen in Nederland hebben last van anorexia. Andere eetstoornissen komen vaker voor, maar het is niet bekend hoe vaak. 

Bij afdeling Kind en Jeugd proberen we kinderen of jongeren met een eetstoornis en hun ouders  te helpen beter te begrijpen waar de stoornis vandaan komt en hoe je hiermee om kunt gaan. Het kan zijn dat je therapie krijgt waardoor je minder bang wordt voor eten en weer weet en voelt wat normaal eten is. Je ouders leren we hoe ze jou het beste kunnen helpen hiermee. Soms kunnen medicijnen helpen om je minder bang of rottig te voelen.
 

 
Intake
Dit is het eerste kennismakingsgesprek. De hulpverlener stelt jou (en je ouders) een aantal vragen over jou, je familie, school en natuurlijk de problemen of klachten waar je last van hebt. Samen gaan jullie op zoek naar jouw hulpvraag: voor welke problemen zoek jij een oplossing? De hulpverlener kijkt of wij jou (en je ouders) hiermee kunnen helpen en op welke manier.

 
Systeemonderzoek / Gezinsobservatie
Wij praten met jou en je ouders over jou en de mensen om je heen, zoals je vader, moeder, broertjes en zusjes en soms over jullie thuis. Het gesprek gaat over hoe jullie met elkaar omgaan en wat jullie wel of niet leuk vinden om samen te doen.

 
Sociaal emotioneel onderzoek / Spelonderzoek
Je hebt een gesprek over hoe het thuis en op school gaat en bijvoorbeeld over je hobby’s. Soms doen we spellen of testjes om te kijken hoe je omgaat met alles wat er om je heen gebeurt en wat je daarvan vindt.

 
Persoonlijkheidsonderzoek
Dit is een vragenlijst waarin je antwoord geeft op vragen over hoe je je voelt in een bepaalde situatie en wat je vindt van bepaalde situaties. Zo kunnen wij erachter komen wat jouw persoonlijkheid is, hoe jij bent.

 
Rapportage
De onderzoeker maakt een samenvattende rapportage waarin de resultaten van de onderzoeken wordt besproken en een diagnose en conclusie worden gesteld

 
Adviesgesprek
De resultaten uit het intakegesprek en (eventueel) het onderzoek worden met jou (en je ouders) besproken. Soms is deze informatie genoeg om weer verder te kunnen op school en/of thuis. Vaak wordt echter een behandeling gestart om je te helpen bij het oplossen van of beter leren omgaan met de problemen. Op welke manier dit gaat gebeuren staat in een behandelplan. Dit plan mag jij samen met de hulpverlener (en eventueel je ouders en school) beschrijven.
Behandeling

 
Behandeling kind
Je krijgt een aantal gesprekken om te leren hoe je het beste om kan gaan met waar je goed in bent en waar je minder goed in bent. Dit noemen we cognitieve gedragstherapie.

 
Opvoedingsondersteuning van ouders
Ouders  leren met behulp van cognitieve gedragstherapie hoe ze op een leuke en positieve manier hun kinderen kunnen opvoeden.

 
Systeembegeleiding
We praten met jou en met je ouders om te kijken hoe jij en je ouders het beste met elkaar om kunnen gaan (Oplossingsgerichte cognitieve therapie)

 
Schoolbegeleiding
We bespreken (samen) met school wat het betekent om een eetstoornis te hebben en hoe zij daarmee om kunnen gaan (psycho-educatie).

 
Medicatie
Je krijgt medicijnen die je helpen je beter te voelen. Hiervoor ga je naar een arts of psychiater.