Eetstoornissen

Twee bekende vormen van eetstoornissen zijn anorexia en boulimia.
Als u anorexia heeft, eet u veel minder dan u nodig heeft. Ook beweegt u veel om niet zwaarder of dik te worden. Hierdoor hebt u ondergewicht. U bent hierdoor erg moe en u vindt het lastig om u te concentreren. U vindt uzelf te dik, bent bang om aan te komen en u zit bijna nooit stil. Het kan zelfs zijn dat u af en toe flauwvalt of niet (meer) ongesteld wordt. Het (te) weinig eten kan u een gevoel van zekerheid en controle geven. Uw omgeving vindt dat u te dun bent, uzelf waarschijnlijk niet. 

Als u boulimia heeft, bent u bang om zwaarder of dik te worden. Soms lukt het om niet te eten, maar u heeft daarna zo’n honger dat u in één keer heel veel eet, dat heet een eetbui. U kunt dan pas stoppen als alles op is. Om te zorgen dat u niet zwaarder wordt, spuugt u het eten daarna uit of gebruikt u laxeermiddelen. U schaamt zich er mogelijk voor en vertelt daarom niet snel aan anderen dat u last heeft van boulimia. Toch komt het vaak voor en kan behandeling u goed helpen.
 
Onderzoek en behandeling
Er zijn verschillende onderzoeken en behandeling mogelijk. Die worden hieronder beschreven. Samen met uw hulpverlener bepaalt u welke onderzoeken en behandeling nodig zijn voor de behandeling van uw klachten. Het is dus niet nodig om alle onderstaande stappen te doorlopen.
 
Onderzoek

Tijdens de behandeling proberen we eerst na te gaan en te begrijpen waar de stoornis vandaan komt en hoe u daarmee om kunt gaan. Het kan zijn dat u daarbij therapie krijgt waarin u leert om minder bang te zijn voor eten en u weer weet en voelt wat normaal eten is. Ook kunnen mensen in uw naaste omgeving bij de behandeling worden betrokken, zodat zij leren hoe ze u hiermee kunnen helpen. Soms kunnen medicijnen helpen om u beter en minder angstig te voelen.

Ongeveer 1 op de 12.500 mensen in Nederland heeft last van anorexia. Andere eetstoornissen komen vaker voor, maar het is niet bekend hoe vaak.
 

 
Intake
Oriënterend/kennismakingsgesprek
Hulpvraag verkennend

 
Klachtenanamnese / SCID I
In een soort interview worden alle mogelijke klachten die mensen kunnen hebben gestructureerd uitgevraagd. U kunt daarbij denken aan angstklachten en stemmingsklachten.

 
Intelligentieonderzoek
Door middel van een aantal testen en puzzels gaan we kijken hoeveel u weet, wat uw sterke kanten zijn en waar u mogelijk wat meer moeite mee heeft.

 
Adviesgesprek
In dit gesprek worden met u de resultaten van het onderzoek besproken en een voorstel gedaan voor behandeling. Samen met u zal er een behandelplan worden opgesteld en zullen afspraken worden gemaakt.
Behandeling

 
Cognitieve gedragstherapie
Bij cognitieve gedragstherapie gaan we er vanuit dat gedachten, gevoelens en gedrag elkaar beïnvloeden. In deze behandeling proberen we deze 3 pijlers wat bij te sturen, zodat u minder last ervaart van uw klachten.

 
Medicatie
U krijgt medicijnen die u helpen u beter te voelen. Hiervoor gaat u naar een psychiater.

 
Steunende en structurerende begeleiding
U krijgt activerende, motiverende en doelgerichte gesprekken met een hulpverlener. Ook is er ruimte om emoties te onderzoeken en stil te staan bij belangrijke gebeurtenissen die u heeft meegemaakt.

 
ACT training
In de ACT training oefent u structureel om de negatieve invloed van gedachten en gevoelens te verkleinen. Dit kan zowel in een groep als individueel plaatsvinden.

 
Sociale vaardigheidstraining
In een groep oefent u met sociale vaardigheden, zoals: zeggen wat u ergens van vindt, een praatje maken of een serieus gesprek voeren.